Poëzie – Poetry

Stradivarisme

Geen enkele stradivarus
is stradivarisch genoeg
als de stradivarist te
strakke vingers heeft.
………………………………………….

Over…..

Toen de laatste klanken verdwenen
waren en de stilte sprakeloos werd,
leek alles wederom duidelijk.

Het was een symfonie in si bémol
voor een oude slaapkamerkast met
twee draaideuren en zes laden.
In gelakte notelaar.

Wat niet kraakte schuurde.
Wat schuurde kraste tekens
op onze ziel. Tijd heelt niet.
Klank verkleurt.
………………………………………………..

Over mannelijke dichters…..
Wij dichters? Zwangere mannen!
…………………………………………….

Woorden….

Ik wou dat ik een weegschaal had.

Zo één waarop ik mijn woorden
letter na letter kon afwegen.
Met de maat van zeven.

Zodat ze lichter bleven
klinken dan hun bestaan.
Niet te veel. Maar net genoeg.

Om ondraaglijk licht te zijn.
……………………………………………..

Sluimererwten

Sluimererwten in een
botersausje. Van echte
boter, welteverstaan.
Met enkel wat zwarte
peper en grof zeezout
uit Aigues-Mortes.

Om je vingers van te likken.

Ook dat is poëzie.
………………………………………….